Fotografische begrippen – deel 2

Helaas ontkom ik er niet aan om een paar fotografische begrippen te verduidelijken. Vooral bij het fotograferen in moeilijke omstandigheden zult u deze begrippen nodig hebben, omdat de automatische stand van de camera je soms in de steek laat.

Scherptediepte

Scherptediepte is een centraal begrip in de fotografie, waarmee de afstand wordt bedoeld tussen de dichtstbijzijnde en verste punten die scherp worden afgebeeld. Deze afstand wordt beïnvloed door de kwaliteit van de lens, het lichtgevoelige materiaal en de gebruikte diafragmaopening

Belangrijk om te weten: indien wij het diafragma verder openzetten verkleint de scherpte diepte. De foto zal slechts scherp zijn over een zéér beperkte afstand omheen de scherpstelafstand.

dof-begrip-versie-a

Bij zeer lichtsterke objectieven kan dit leiden tot situaties waarbij het beeld over enkele centimeters scherp is. Het voordeel hiervan is dat alle aandacht naar het onderwerp kan  en het zo echt kan afzonderen van zijn omgeving. Het nadeel is dat er bij een overzichtsfoto van een compleet aquarium een groot deel van de foto onscherp zal zijn. Maar met de juiste camera instellingen kan je dit weer voorkomen!

Bij compact camera is de scherptediepte veel minder prominent aanwezig: de sensorgrootte heeft ook een impact op de scherptediepte. Hoe kleiner de sensor, hoe meer scherpte.

Maar bij deze camera’s is het veelzijdigheid en gebruikersgemak veel belangrijker dan beeldkwaliteit. De verschillen worden pas echt zichtbaar als je foto’s op posterformaat laat afdrukken en dan moet je de foto’s ook nog naast elkaar vergelijken.


Diafragma (grote lensopening)

fotografie-2-02Het diafragma is de lichtopening van je lens. Deze opening bepaalt hoeveel licht er door de lens op de sensor van de camera valt. De lensopening van het objectief kan wisselen in grootte en is in feit te vergelijken met de pupil van ons oog.

Wanneer je op een zomerse dag buiten in de zon staat heb je kleine pupillen. Het gevolg is dat het licht niet zo fel is om te kijken. Ga je naar een donkere plek dan zullen je pupillen groter worden waardoor je ogen meer licht kunnen ontvangen. Natuurlijk zijn er grenzen want bij te weinig licht kunnen onze ogen alleen grijstinten waarnemen. Als er echt weinig licht aanwezig is dan ziet alles zwart voor onze ogen. Dit principe geldt ook voor het diafragma en beeldsensor van de camera.

De standaard diafragma waarden zijn: ·/1 – 1,4 – 2 – 2,8 – 4 – 5,6 – 8 – 11 – 16 – 22 – 32 – 45 – 64

  • De verhouding tussen deze getallen geven een verdubbeling of een halvering van licht weer.
  • Bij hogere waarden neemt de scherptediepte toe.
  • Een groot diafragma is een grote opening en wordt aangeduid met een laag getal.
  • Een klein diafragma is een kleine opening en wordt aangeduid met een hoog getal.

fotografie-2-03


ISO-waarde (sensor lichtgevoeligheid/versterking)

De term ISO wanneer die gebruikt wordt in relatie tot fotografie, refereert aan de mate van snelheid van film. ISO staat voor ‘International Organization for Standardization’. Deze organisatie is verantwoordelijk voor het definiëren van diverse standaarden in vele industrieën en andere disciplines. In het kader van de fotografie was het ISO systeem van film snelheden gecreëerd om een standaard in te stellen voor de kwaliteit van de films voor de hele fotografische industrie.

De ISO waardering staat voor een relatieve hoeveelheid licht die nodig is om de sensor juist te belichten. Natuurlijk gebruiken wij geen filmrolletjes meer maar de sensor lichtgevoeligheid wordt nog steeds met ISO-waarden uitgedrukt.

De standaard ISO waarden zijn: ·50 – 100 – 200 – 400 – 800 – 1600 – 3200 – 6400 ISO

  • Een verdubbeling van je ISO-waarde geeft een verdubbeling van je lichtgevoeligheid aan.
  • Hoe hoger de ISO waarden des te meer beeldruis.

Beeldruis

De camerasensor heeft altijd een optimale stand waarin de hoogt mogelijke beeldkwaliteit gehaald wordt, met minimale beeldruis. In de meeste gevallen is dit de laagste ISO-waarde (meestal ISO 100). Om hogere verschillende ISO-waarden te simuleren wordt de spanning op de sensor verhoogd, waardoor deze gevoeliger wordt voor licht. Het gevolg is wel dat er meer beeldruis ontstaat, naarmate de ISO-waarde wordt opgeschroefd.

ISO-waarden 100 t/m 400 zijn nog bruikbare waarden, daarboven gaat de beeldkwaliteit snel achteruit.

ISO-waarden 100 t/m 400 zijn nog bruikbare waarden, daarboven gaat de beeldkwaliteit snel achteruit.


Sluitertijd (belichtingstijd)

fotografie-2-04Bij een spiegelreflexcamera zit voor de sensor een metalen gordijn dat er voor zorgt dat er geen licht op de sensor valt. Op het moment dat het gordijn open gaat valt er licht op de sensor en wordt de feitelijke foto gemaakt. De tijd dat dit gordijn open staat noemt men de sluitertijd.

Bij de overige type camera’s ontbreekt deze mechanische mechanisme en wordt dit op een elektronische manier geregeld. Je zou ook kunnen zeggen de sensor wordt maar even aan en uitgezet.

Hoe lang de sluitertijd moet zijn hangt weer af van de hoeveelheid licht die op de sensor kan vallen. Als je op een zomerse dag een strand foto wilt maken, dan zal de sluitertijd heel kort zijn. Maar als je s ’nachts op de zelfde plek de zelfde foto wilt maken dan is de sluitertijd veel langer. Sluitertijden kunnen variëren van enkele seconden tot 1/4000 seconde.

De standaard sluitertijd waarden zijn:
1 – 1/2 – 1/4 – 1/8 – 1/15 – 1/30 – 1/60 – 1/125 – 1/250 – 1/500 – 1/1000 – 1/2000 –  1/4000 seconde.

Een sluitertijd van 1 seconde wordt eenvoudig weergegeven als ‘1’
Als je die tijd halveren levert dat een halve seconde op, ofwel weergegeven als ‘1/2 ’
Als je vervolgens die tijd opnieuw halveren levert het een kwart seconde op: ‘1/4” Enz.
Op de camera zien je alleen de getallen onder de streep vermeld. Dat is belangrijk om te beseffen. Dit levert de volgende reeks getallen op: ·1” – 2 – 4 – 8 – 15 – 30 – 60 – 125 – 250 – 500 – 1000 – 2000 – 4000

  • Hoe korter de belichtingstijd, hoe minder licht op de sensor valt.
  • De lengte van de belichtingstijd is echter beperkt bij snel bewegende onderwerpen. Deze vragen kortere sluitertijden om het beeld te bevriezen.
Bewegingsonscherpte door snel bewegende onderwerpen.

Bewegingsonscherpte door snel bewegende onderwerpen.


De belichtingsdriehoek

fotografie-2-05Het diafragma bepaalt hoeveel licht er op de sensor valt. Hoe groter het getal achter ƒ/, hoe kleiner de diafragma opening en hoe minder licht de sensor kan bereiken. De sluitertijd bepaalt hoe lang het licht op de sensor valt. Hoe langer de sluitertijd, hoe groter de kans op bewegingsonscherpte door trillingen in camera en lens. De laatste component, de ISO lichtgevoeligheid, bepaalt hoeveel invloed het licht dat op de sensor valt heeft voor de uiteindelijke belichting. Hoe groter de ISO waarde, hoe groter de kans op nadelige ruis in de foto.

fotografie-2-06Elke verandering van één van de elementen moet een gevolg hebben voor één van de andere elementen, bij een gelijkblijvende belichting. Als je bewust op zoek bent naar een bepaald effect, dan kun je dit principe los laten en componeren met Manual instellingen.

Als je maar één van de drie parameters veranderd dan zal de camera automatisch de juiste waarde van de overige twee parameters bepalen.


Witbalans

De witbalans wordt gebruikt om kleuren aan te passen, zodat witte voorwerpen ook als wit wordt weergeven. Onze ogen zijn in staat om kleurenverschillen perfect waar te nemen, helaas worden deze gegevens soms incorrect geïnterpreteerd door onze hersenen.

In onderstaande illustratie zie je een grijze balk op een grijze achtergrond. Nu zou je denken dat de grijze balk uit verschillende keuren grijs bestaat maar in werkelijkheid bestaat deze grijze balk maar uit een kleur grijs.

fotografie-2-08

De beeldsensor van de digitale camera reproduceert deze kleuren precies zoals ze zijn, waardoor de kleuren van de foto lijkt te veranderen als je verschillende lichtbronnen gebruikt.

Nu kan het onderwerp door verschillende lichtbronnen worden verlicht, zoals zonlicht, gloeilampen, Tl-lichting en led-verlichting. Nu zou de ideale kunstlicht verlichting de zelfde kleurenspectrum moeten hebben als zonlicht, helaas is dit technisch gezien nog niet mogelijk. Maar ook het zonlicht wordt op verschillenden tijdstippen anders waargenomen en dan heb ik het nog eens over bewolkte en onbewolkte hemel gehad.

Om de kleuren van onze vissen goed weer te geven moeten wij de camera vertellen met welke lichtbron wij te maken hebben. Op de linker pagina zie je zes foto’s van het zelfde discusvisje met verschillenden witbalans instellingen. Op basis van deze foto’s is het lastig te achterhalen wat de werkelijke kleur van het discusvisje is

Gelukkig kunnen wij de camera vertellen welk type lichtbron wij gebruiken zodat hij de witbalans kan corrigeren. Het probleem is dat er verschillen lichtbronnen aanwezig kunnen zijn. In ons aquarium gebruiken wij vaak verschillende type Tl-buizen die elk een ander spectrum hebben. Zo kan de ene Tl-buis de plantengroei bevorderen, een andere de kleur van de vissen. Er zit dus niet anders op dan te kiezen voor de beste optie.

Nu kunnen wij de camera ook op automatische witbalans zetten, maar de camera zal zijn eigen interpatie geven.We kunnen  met speciale lichtmeters de kleurtemeratuur meten, helaas zijn deze erg duur en zijn ze zelden waterdicht. De enige optie die overblijft is de kleurentemperatuur handmatig in te stellen doormiddel van een grijskaart.

Het enige wat je nodig hebt is een grijskaart. Voor ons aquarianen is een kunststof grijskaart de beste optie. Deze kaart plaats je in het aquarium waar je de foto wilt maken. De camera stel je in op handmatig witballans en daarna maakt een foto van alleen het grijze gedeelte van de grijskaart. De camera zal deze foto gebruiken om de juiste witbalans te bepalen.

Na deze stappen kan je gewoon fotograferen zoals je gewend bent. Het enige waar je rekening mee moet houden dat je de camera niet uitzet, omdat de meeste camera’s deze gegevens niet onthouden.

Grijskaart-rgb-versie-C

Opmerkingen:

  • Een kunststof grijskaart kost ongeveer 15 euro, maar je kunt ze ook zelf maken, door de laatste pagina van het boekje uit te printen op mat fotopapier
  • Als je de geprinte grijskaart lamineert kan je deze ook onderwater houden.
  • Heb je geen grijskaart bij je, dan kan je ook een helder wit A4tje gebruiken!
Grijskaart downloaden

 


De regel van derden

De eerste indruk van een foto hangt vaak af van de compositie. Er zijn verschillende compositieregels die belangrijk zijn in het creatieproces. De regel van derden is misschien wel de meest besproken regel die we in de fotografie kennen. Het is vaak ook de eerste compositieregel die je leert.

Het focuspunt van de foto (onderwerp) moet het liefst in één van de vier kruisingen liggen. Dit geeft een rustig beeld.

uitsnede-1-3-versie-a

Helaas is het fotograferen volgens “De regel van derden” een stuk lastiger bij vissen. Omdat je de vissen geen aanwijzingen kan geven!

Tips:

  • Componeer eerst een mooie uitsnede van je aquarium. In de bovenstaande illustratie staat de boomstam precies op één derde van de compositie. Het is nu een kwestie van wachten op het juiste moment, zeker als je de vis op de juiste positie wilt hebben.
  • Stel handmatig scherp, want automatische scherpstellen duur te lang bij snel zwemmende vissen.
  • Zet je camera op een statief, zodat je compositie niet veranderd.

Op deze foto staat de vis in het midden van de foto. Hier is bewust voor gekozen, omdat dit hier het om een overzichtsfoto gaat.

Na de wedstrijd kan je de deelnemende wedstrijd vissen vergelijken. Of het baasje het eens is met het jury rapport hangt af of hij gewonnen heeft. Foto links: Macro opnamen van jonge discusvisjes.

Na de wedstrijd kan je de deelnemende wedstrijd vissen vergelijken. Of het baasje het eens is met het jury rapport hangt af of hij gewonnen heeft.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *